Arengbergkoor - Passieconcert Via Crucis

De kruisweg: Betekenis van de 14 staties

Tekst en vertaling van "Via Crucis" van F. Liszt

FRANZ LISZT (1811 - 1886)

Franz Liszt wordt op 22 oktober 1811 in Hongarije (Raiding) geboren uit een Duits adellijk geslacht: zijn vader is dan rentmeester bij de Hongaarse tak van de Esterhazy's.
Wanneer reeds zeer vroeg de muzikale begaafdheid van de jonge Franz blijkt, laat vader Liszt zijn job varen om de opleiding van zijn wonderkind van nabij te kunnen leiden. Het hele gezin verhuist naar Wenen, waar de jonge Franz, dankzij een studiebeurs van Hongaarse edelen, pianoles krijgt bij Czerny. Theorielessen krijgt hij van Salieri.
In 1823 trekken ze naar Parijs, maar directeur Cherubini, die een hekel heeft aan muzikale wonderkinderen, weigert hem aan het Conservatorium.

      

Liszt blijft in Parijs wonen van 1823 tot 1836 en maakte verscheidene tournees. Hij is genoodzaakt om zelfstandig piano te studeren en doet dit volgens de methode van Kalkbrenner. Hij studeert verder theorie bij F. Paër en A. Reicha. Tot zijn vriendenkring kan hij Victor Hugo, Lamartine en Heine rekenen. Cherubini, Rossini, Halévy en Berlioz hebben grote muzikale invloed op hem. Ook zijn vriendschap met Chopin ontwikkelt zijn muzikaliteit op de meer poëtische en romantische vlakken.

In 1835 gaat hij een "vrij huwelijk" aan met gravin Marie d'Agout, die hem drie dochters schenkt. De belangrijkste hiervan is Cosima, die eerst trouwt met de dirigent Hans von Bülow en daarna met Richard Wagner. In 1839 loopt zijn verhouding met gravin Marie d'Angout stuk en Liszt is wat blij als hij tot buitengewoon hofkapelmeester benoemd wordt in Weimar, een functie die hij van 1849 tot 1861 zal uitoefenen.

Tijdens een concertreis in Rusland leert hij ondertussen vorstin Caroline zu Sayn-Wittgenstein kennen. Wanneer na lang jaar aandringen de verbreking van haar eerste huwelijk definitief voor onmogelijk wordt verklaard - volgens het kerkelijk recht had ze moeten kunnen scheiden omdat ze als minderjarige tegen haar wil werd uitgehuwelijkt - en een huwelijk met haar onmogelijk wordt, gooit Liszt het roer om en vraagt in Rome de lagere wijdingen van de Rooms-Katholieke Kerk aan.

      

Om zoveel mogelijk te componeren, beperkt hij zijn concertreizen als bravoure-pianist tot een minimum. Hij vertoont zich alleen nog in priestertoog. Ook in Weimar botert het niet meer met zijn werkgevers en ondergeschikten, zodat Liszt naar Rome trekt. Vanaf 1875 wordt hij voorzitter van de landelijke muziekacademie (momenteel de 'Ferenc Liszt'-academie) in Boedapest.

Hij sterft op 31 juli 1886 in Bayreuth, waar hij Cosima te hulp gesneld was om het Festspielhaus boven water te houden na de dood van Wagner

De Via Crucis van Franz Liszt (1811-1886)

Frans Liszt heeft de reputatie van een briljant pianist te zijn. In zijn composities verlegt hij de grenzen van het technisch kunnen van de concertpianisten. Daarnaast geniet hij ook een faam op orkestraal gebied: hij bracht het "symfonisch gedicht" tot bloei (Les Préludes, Mazeppa e.a.).

Liszt heeft ook heel wat religieuze muziek geschreven: missen, motetten (Ave Maria) en oratoria (Christus, De Legende van de Heilige Elisabeth).

Zijn Via Crucis neemt een speciale plaats in. Deze is slechts te begrijpen als we oog hebben voor de groeiende betekenis van de religie in het leven van de componist. Zoals hiervoor in zijn biografie reeds aangeduid werd, neemt naar het einde van het leven van Franz Liszt zijn geloof een steeds belangrijkere plaats in. Zijn religieuze muziek is de expressie van een doorleefd geloof. Hij tracht zo rechtstreeks mogelijk een uitdrukking te vinden van eigen beleving. Hiervoor vermijdt hij alle overbodige en niets ter zake doende muzikale middelen.

De indrukwekkende soberheid van de Via Crucis leert ons een totaal nieuwe Liszt kennen. In heel wat van zijn briljante pianowerken is de verpakking indrukwekkend, maar de inhoud eerder mager. Hier is het juist omgekeerd. De verpakking is uiterst sober, maar de inhoud wordt geweldig rijk: de ideeën, de thema's, de harmonie, de korte, maar aangrijpende solopassages en de mediterende koren.

De woorden van de Via Crucis werden geschreven door Carolyne zu Sayn-Wittgestein. Zij is een intellectuele vriendin van Liszt en auteur van een indrukwekkende reeks boeken, onder meer een 24-delig werk 'Causes intérieures de la faiblesse extérieure de l'Eglise en 1870'. Ze is getrouwd geweest met een Poolse prins, maar verkrijgt na lang aandringen kerkelijke dispensatie. Hierdoor wordt het mogelijk dat Carolyne en Liszt ook kerkelijk zouden kunnen trouwen. Op de vooravond van hun kerkelijk huwelijk in 1861, wordt de kerkelijke dispensatie evenwel weer ingetrokken. Dit leidt uiteindelijk tot een feitelijk uit elkaar gaan van Liszt en Carolyne.

Liszt ontvangt hierna in 1865 de tonsuur en de lagere wijdingen in Rome. Hij loopt er rond met de Romeinse col en de lange zwarte soutane. Religie is voor hem essentieel geworden.

De teksten van zijn 'Via Crucis' kunnen onderverdeeld worden in drie categorieën:

  1. korte bijbelcitaten of de titel van één van de veertien staties van de kruisweg. Deze worden alle gezongen in het Latijn, behalve het Aramese citaat "Eli, Eli...";
  2. de gregoriaanse hymen: "Vexila Regis" en "O crux ave" en de sequens "Stabat Mater";
  3. de Lutherse koralen: "O Haupt voll Blut und Wunden" (tekst: Paul Gerhardt / muziek: Hans Leo Hassler) en "O Traurigkeit" (tekst: Zangboek Mainz - 1628);

Sommige staties zijn bij Liszt "woordeloos", zoals bijvoorbeeld de vierde statie waarin Jezus zijn moeder ontmoet. Dit treffend beeld spreekt zo voor zichzelf dat Liszt hier geen tekstduiding aan toevoegt. Wel gaat hij muzikaal, vooral harmonisch, het verst in het aftasten van de grenzen van de tonaliteit.

Van zijn "Via Crucis" heeft Liszt verschillende, licht van elkaar afwijkende, versies uitgegeven: de instrumentale partij kan worden vertolkt op harmonium, piano of orgel. Ook componeert hij zowel een bewerking voor piano-vierhandig als voor piano-solo, dus zonder koor.

De Christuspartij wordt door een bariton gezongen. Het koor is vierstemmig. Maar het werk bevat eveneens passages voor slechts één partij: alleen het mannenkoor of alleen het vrouwenkoor.

In 1873 maakt Liszt de eerste schetsen van zijn "Via Crucis". Het werk wordt uiteindelijk voltooid in 1879 (Budapest). Liszt had graag gehad dat in de partituur ook de afbeeldingen zouden gedrukt worden van de kruisweg van Dürer. Tijdens zijn leven wordt het werk echter nooit uitgevoerd. De eerste uitvoering heeft plaats op Goede Vrijdag van het jaar 1929 in Budapest.

Via Crucis is geen gewoon koorwerk. De muzikale meditatie van de veertien staties van de kruisweg hoort men op de eerste plaats te horen in het harmonium (of orgel of piano). Het koor en de solist worden met dit solo-instrument samengebracht in een soort collage.

Een uitvoering van de Via Crucis is pas geslaagd als de uitvoerders de muziek zo kunnen laten klinken dat door de krachtige soberheid van de muziek heen de diepere religieuze boodschap kan opbloeien.

Discografie

Tekst voor deze webpagina van bestuurslid Chris Van de Wauw.
Naar boven